| STW succesverhalen |
Varibel – de bril die hoort
‘Het product moet elegant zijn en simpel’
Marc Sipkema wijst naar boven in de grote hal van het oude Akzo-gebouw in Arnhem, waar vreemde betonnen verbindingen de hal doen lijken op een enorm klimrek: ‘Prachtig hè? Ze hebben er een aantal vloeren uitgehaald toen ze het gebouw geschikt maakten als bedrijvenpand.’ Aha.
Sipkema is CTO van Varibel, het bedrijf dat de hoorbril produceert. De hoorbril kwam halverwege de jaren ‘80 van de vorige eeuw voort uit een door FOM uitgevoerd STW-project, en is daarna aan de Technische Universiteit Delft verder ontwikkeld met STW-geld. Rond 2000 bracht Sipkema de bril naar de markt. Hij wist de weg als voormalig directeur van Essilor, de fabrikant van Varilux brillenglazen. In de lift vertelt hij: ‘Ik zat in een groep bij Essilor, op zoek naar “added value” voor brillenglazen. Varibel had die potentie. Ik schreef een businessplan dat op drie poten stond: het product moest elegant zijn en simpel en natuurlijk de enorme functionaliteit van de Delftse vinding houden.’
De oplossing van een probleem
Het probleem van hoortoestellen in de jaren ’80 van de vorige eeuw was dat ze het geluid versterkten uit alle richtingen. Daardoor was het vrijwel onmogelijk om een gesprek te volgen in een rumoerige omgeving.
Natuurkundige Wim Soede begon in 1986 met een FOM-promotieproject dat dit probleem moest verhelpen. Zijn oplossing was gebaseerd op het feit dat geluidsgolven zowel snelheid als richting hebben. Verschillende microfoons op een rijtje ‘horen’ hetzelfde geluid tegelijkertijd als het geluid loodrecht op de rij afkomt, maar na elkaar als de geluidsgolven evenwijdig aan de microfoons lopen. Door slim optellen of aftrekken van de microfoonsignalen, wordt geluid uit de ene richting versterkt en uit de andere juist uitgedoofd.
Soede integreerde een rij van vijf microfoons in de poten van een bril, omdat dat het meest natuurlijke hoorresultaat gaf. Bovendien waren de microfoons van zichzelf al richtingsgevoelig. Daardoor gaf zijn hoorstrip een spectaculaire verbetering voor slechthorenden.
Perfect was het nog niet. De microfoons waren te groot om in een acceptabele brillenpoot te passen, en de slechthorende moest een walkman-achtig kastje bij zich dragen voor de signaalverwerking en de batterij. Toen werd met STW-geld het onderzoek bij de TU Delft weer opgepakt. Van 1995 tot 1999 werkten Rinus Boone en promovendus Ivo Merks aan een verbetering van het eerste ontwerp. Merks verving de vijf richtingsgevoelige microfoons per brillenpoot door vier rondom gevoelige, kleinere exemplaren. Ook ging hij over op digitale signaalverwerking.
Op dat punt kwam Sipkema in beeld. Hij zorgde ervoor dat de hoorbril in de winkel kwam te liggen, maakte mee dat Varibel bijna failliet ging, en vond uiteindelijk een nieuwe investeerder waarmee hij nu een doorstart maakt.
Wij zijn inmiddels vierhoog in zijn ruime, hoge kamer aangekomen. Langs de wand staan twee smalle kasten met meetinstrumenten, een paar metalen koffertjes, demonstratiemodellen van brillen en oranje verstuurkistjes. Hij legt een pakje dat zojuist is aangekomen uit China op tafel: ‘Ga zitten, schuif alles maar opzij wat in de weg ligt.’
Gefeliciteerd met de nieuwe werkplek, en met de doorstart natuurlijk.
Sipkema glimlacht berustend: ‘Dank. Ja, die doorstart was nodig, we zitten hier trouwens heel toepasselijk. Wat er gebeurde met Varibel was vergelijkbaar met wat er met gebeurde de Akzo Twaron vezel: het management wordt moe en geeft het op. Maar we zijn er weer.’
Hij pakt doosjes en brilmonturen van tafel. Trots: ‘De nieuwe modellen. Dit is de kleinste, meest krachtige richtmicrofoon ter wereld, met een laag energieverbruik. Een belangrijke mededeling is ook dat Varibel inmiddels een volledig medisch product is. Dus door de ziektekostenverzekeraar gedekt.’
Mag ik nog even vragen waar het mis ging vóór de doorstart?
Zonder aarzelen: ‘In 2008 hadden we een contract met de Beter Horen winkels, dat gedeeltelijk niet doorging. Dat heeft geleid – we werden eigenlijk gedwongen – tot het kopen van de winkels. Een retail-keten leiden bleek een grote belasting. Er moest geld bij, de aandeelhouders waren moe, midden 2010 financierden de aandeelhouders niet meer.’ Zucht. ‘Met helaas de vreselijke afloop dat halverwege 2010 de stekker eruit ging.’
En daarna hebt u een nieuwe investeerder gevonden?
Vlot: ‘Ik ben met Varibel gaan shoppen en per 1 februari 2011, dus na een half jaar, hebben we inderdaad een nieuwe investeerder gevonden, en zijn we verhuisd naar Arnhem.’
Waarom naar Arnhem?
Een licht schouderophalen. ‘De Noordelijke omgeving gaf toch te weinig soelaas. Onze doelstelling is nu in Nederland 50 tot 60 combi-winkels te krijgen, en Duitsland te bedienen. Met een fantastisch product.’
Een oplader met landingslichtjes
Hij legt de oplader op tafel en klikt er een bril in, wijst de details aan. ‘Kijk, het is robuust. Je kunt de bril met één hand oppakken. Er zitten zelfs landingslichtjes in de oplader, zodat mensen met verminderd zicht ook gemakkelijk hun bril erin kunnen leggen.’
Is de combinatie van bril en gehoorapparaat niet lastig te verkopen?
Even stil. Glimlachje. ‘Goeie vraag, daar draait het inderdaad om. Je hebt te maken met twee doelgroepen en daarbij is de bril de bepalende factor. Je zou graag willen dat de Varibel brilpoot op elke bril past, maar dat is helaas niet zo.’
Bredere glimlach: ‘Daarom moeten we zo’n acht modellen aanbieden in verschillende kleuren. Een tevredenstellende brilkeus met 25 modellen. We gaan nu ook zoeken naar opti-audiciëns. Tom Davis (bekende ontwerper-red.) is bereid zijn op maat gemaakte brillen voor Varibel te doen.’
Ambitieuze plannen.
‘Ja, ja. Het komt zeer regelmatig voor dat het na een doorstart een succes wordt.’
Hebt u last van concurrentie?
Krachtig nee schudden. ‘Concurrentie? Niet met de hoorapparaten, omdat we via de opticiën de bril promoten. Weet je trouwens dat mensen vaak vragen “Heeft u ook die hoorbril, die Varibel?” Het is al een beetje merknaam geworden.’
U hebt heel wat hobbels moeten overwinnen, maar bent toch altijd doorgegaan?
Stralend: ‘Ik ben doorgegaan omdat ik zoveel blije mensen zie. Ik vind het ontzettend leuk – een godengeschenk – dat ik dit nog mag doen.’
Voor de technische details is in dit interview gebruik gemaakt van een tekst van Bauke Vermaas – red.
