Waarom palingen kweken lastig is

‘Dat is een raadsel,’ grinnikt Pieter Slijkerman. ‘Het kan een doorgeschoten selectiemechanisme zijn, maar eigenlijk kan ik het niet verklaren.’ De vraag was waarom palingen het zich zo moeilijk maken bij het voortplanten. Een volwassen Nederlandse paling moet eerst 6000 km zwemmen, zijn normale route naar de Sargassozee, voor hij zin krijgt om te paren. Naar de Sargassozee toe wordt de paling blootgesteld aan een langdurige krachtsinspanning, gecombineerd met verschillen in temperatuur, lichtsterkte en waterdruk, anders wordt het niets.
Slijkerman kent de problemen. Het bedrijf ZF-screens BV, dat een STW-Valorisation Grant fase 1 en 2 ontving, kweekt palingen in het Biopartnergebouw bij de Universiteit Leiden.
We spreken elkaar in een duchtig gebruikte vergaderzaal. Het hele gebouw van Biopartner oogt niet bijzonder up tot date. ‘Starters kunnen zich niet veel luxe permiteren. Het lastigst is de langzame internetverbinding,’ zegt Slijkerman, ‘Met de huidige hoeveelheid onderzoeksinformatie die we krijgen en versturen, duurt het versturen van grote hoeveelheden data erg lang. Onze belangrijkste uitwisselingsplaats van ideeën is gelukkig de koffiezetautomaat.’

Palingen kweken

ZF-screens kweekt vissencellen en modificeert die zodanig, dat ze de hypofyse nabootsen; een orgaan in de hersenen dat de voortplanting controleert. Dat is goed te gebruiken in aquacultuur; vissen kweken gaat lang niet altijd soepel omdat ze vaak niet vanzelf geslachtsrijp worden. Daarnaast zijn vissen stressgevoelig. Met de implantatietechniek kunnen vissen geleidelijk en zonder stress geslachtsrijp worden, zodat ze kunnen voortplanten. Ook palingen.
Bij palingen kweken komt echter meer kijken. Om hun lange zwemtocht te simuleren laat ZF-screens de palingen door lange buizen zwemmen die gericht zijn naar het Mekka van de Nederlandse paling: de Sargassozee. Dat werkt, want het bedrijf slaagde er als eerste in Nederland in de palingen op laboratoriumschaal te laten voortplanten. Daarmee was meteen het volgende probleem geboren: Wat eet een palinglarve eigenlijk?

Precies, de larven zijn er, hoe nu verder?

‘Er ligt een uitdaging daar,’ zegt Slijkerman. ‘Met een het bedrijf Glasaal Volendam BV zijn we nu bezig de gekweekte palinglarven verder te laten groeien. Maar palinglarven zijn kwetsbaar en de samenstelling van het dieet kent vele combinaties, daarom werken we samen met voedingexperts van Diergaarde Blijdorp in Rotterdam. Daar hebben ze geavanceerde technieken om micro-organismen te kweken voor diervoeding. Met de vestiging van Glasaal Volendam BV kunnen we uitzoeken of ze het ook willen eten.’

Waarom eigenlijk vis kweken?

Slijkerman, serieus: ‘Visreproductie is nodig. Het aantal soorten in de wereldzeeën neemt snel af. Zo snel zelfs dat de wetenschapbladen Nature en Science voorspelt hebben dat in 2048 zo’n beetje alle soorten verdwenen zijn. Viskweek is een alternatief voor de wildvangst van vis, maar dan moet deze wel duurzaam zijn. Dat is nu nog niet het geval, maar onze implantatentechniek draagt daar zeker een steentje aan bij.’

Na even nadenken: ‘Het grote probleem is dat de huidige viskweek nog steeds afhankelijk is van de wildvangst van jonge vis, die vervolgens vetgemest wordt voor consumptie. Paling is de moeilijkste soort.’

Wat vrolijker: ‘En er zit goud geld in. Jonge paling wordt nu aan de kweker verkocht voor ongeveer 25 cent per stuk. Als een volwassen paling tot voortplanting komt, is hij in staat om twee miljoen van die jonge visjes te produceren. Dus niet alleen idealistisch, maar nog commercieel aantrekkelijk ook.’

Even terug. Hoe kwamen jullie tot de oprichting van ZF-screens?
Vlot: ‘Het bedrijf is gebaseerd op twee patenten, voortgekomen uit STW onderzoek van Dr. Guido van den Thillart en Prof. Herman Spaink van de Universiteit Leiden. Zij doen het onderzoek, ik heb een businessplan geschreven en doe het algemeen management. We kwamen elkaar tegen op de universiteit, dat is precies zo’n plek waar innovatie begint.’

En toen?

Glimlachend: ‘We kregen de Valorisation Grants fase 1 en 2, daarmee konden we starten. Inmiddels hebben we twee potentiële investeerders. Het geeft een kick als mensen er hard geld instoppen. Wil je de bassins trouwens nog zien?’

Nieuwsgierige palingen

Graag. We dalen een paar verdiepingen naar een werkkamer waar medewerker Bas Brittijn een aquarium laat zien vol wormachtige diertjes. Met stil ontzag zegt Slijkerman: ‘Dit zijn ze dan, de larven.’ Onbewust van hun belangrijkheid zwemmen de diertjes rustig heen en weer.

Dan naar de bassins. Op het terrein naast het gebouw van Biopartner staat een forse blauwe zeecontainer. Slijkerman opent de deuren en wijst op overschoenen en labjas. ‘Dit even aantrekken.’ Twee bassins zijn afgesloten met een stevig deksel, waarop bovendien een paar zware bakstenen liggen. ‘De palingen duwen anders het deksel zo opzij,’ licht Bas toe. Als het deksel opengaat, wordt duidelijk waarom. Drie armdikke palingen zweven nieuwsgierig net onder de oppervlakte van het water. Ze komen nog wat verder omhoog als ze het licht zien. Slijkerman, trots: ‘Met deze vrouwtjespalingen kweken we. We kunnen alles voor ze regelen, stroming, temperatuur, licht.’

Hoe ziet hij de toekomst?

Bespiegelend: ‘Het is alles of niets, zo is het met een startup. We zoeken nieuwe investeerders, maar we willen nog wel de vrijheid houden om keuzes te maken. Intussen breiden we trouwens wel uit; we kweken nu ook snoekbaars.’

Tenslotte, kan ondernemen samengaan met idealisme?
Knikkend: ‘Je weet waar je het voor doet. Integer blijven aan je missie betaalt zichzelf uit.’

Valorisation Grant

De Valorisation Grant is een persoonsgerichte subsidie om ondernemende onderzoekers aan te zetten tot het ontwikkelen van innovatieve high-tech bedrijvigheid op basis van kennis die binnen de universiteit en onderzoeksinstelling is ontwikkeld. Er zijn twee fases die na elkaar moeten worden aangevraagd.
In fase 1 wordt de technologische en commerciële haalbaarheid van het voorstel uitgewerkt. Voor deze fase wordt een subsidiebedrag van maximaal 25.000 euro verstrekt.
Vervolgens wordt in fase 2 de bedrijfsmatige ontwikkeling van product en bedrijf ter hand genomen. Aan het einde van deze fase moet het punt zijn bereikt waarop private financiers de verdere commerciële ontwikkeling voor hun rekening willen nemen. Voor fase 2 geldt een maximum subsidiebedrag van 200.000 euro.
http://www.stw.nl/Programmas/ValorisationGrant/