Succesverhalen

Doel van STW- projecten is het realiseren van kennisoverdracht tussen onderzoekers en gebruikers. Lees hier enkele succesverhalen uit de praktijk:

Slim rotorblad: Een leuk probleem

Het forse windtunnelgebouw van de Technische Universiteit Delft steekt al van verre uit boven het terrein. De bescheiden kamer van Jan-Willem van Wingerden daarentegen laat zich vinden in een hoek op de 3e verdieping van gebouw 3E, Delft Center for Systems and Control. Het eerste dat opvalt is, in zijn boekenkast liggend, een baksteen van een boek met prachtige ranke rotorbladen op de omslag: “Helicopter Theory”. ‘Het eerste boek dat ik ooit kocht’. Van Wingerden onderzoekt windmolens, meer specifiek het probleem van de onvoorspelbare windkrachten die windmolens kunnen beschadigen.
‘Straks laat ik je de windtunnel zien,’ zegt hij als we aan zijn bureau zitten met cola en koffie, ‘maar je wilt eerst iets weten over de flapjes, denk ik. Eigenlijk mag ik geen “flapjes” zeggen,’ corrigeert hij zichzelf. ‘Dat klinkt zo knutselachtig. Het zijn dus flappen’.

Lees verder >>

Zoek de bacterie en zet ‘m aan het werk

De kamer van microbioloog prof.dr.ir. Mike Jetten in het Huygensgebouw van de
Radboud Universiteit Nijmegen is minimalistisch ingericht. Op het verder lege bureau een computer, een eveneens lege vergadertafel, de archiefkast gesloten, in de hoek een onderhoudsvriendelijke plant. We spreken Jetten over het ANAMMOX-project, waarin hij met steun van STW de bacterie die het schadelijke ammonium in afvalwater omzet in onschadelijk stikstofgas en water, ophoopte en opkweekte.
We gaan zitten. ‘Een mooi licht en ruim gebouw,’ merkt de interviewer op.
Jetten schudt zijn hoofd. ‘Dat zullen de mensen hier beide niet met je eens zijn. Het is kleiner en donkerder dan het vorige gebouw.’ Probleem blijken de schuine groene zonnekleppen te zijn, waardoor er inderdaad niet veel daglicht binnenkomt. Laten we het maar over de bacterie gaan hebben.

Lees verder >>

De vermoeidheid van stalen bruggen verlicht

Naast ons gaapt de diepte van de vermoeiingshal van het Stevin II laboratorium in het gebouw van Civiele Techniek van de Technische Universiteit Delft. In de reusachtige proefopstellingen beneden zetten hydraulische cilinders stalen platen onder wisselende druk. Met de persen, die met gemak een personenauto tot een schoenendoos zouden kunnen reduceren, test men stalen brugdekken op vermoeiing. ‘Dit is onze meccanodoos’, merkt Associate Professor dr. Henk Kolstein op als we naar zijn kamer lopen.
Daar liggen iets minder imposante proefstukjes staal, asfalt en beton, een stukje staal-op-staal en zo’n stukje met expoxyhars ertussen. Allemaal brugdekken op schaal, sommige al in de praktijk toegepast op de Moerdijkbrug in de A16 of de brug in de A27 bij Hagestein. Aan de muur hangt een krantenknipsel. Daarop staan de 15 locaties waar bruggen in rijkswegen tussen nu en 2020 door Rijkswaterstaat en TUDelft moeten worden versterkt wegens vermoeiing van het stalen dek. ‘Tot aan mijn pensioen weet ik dat er vraag zal blijven naar dit onderwerp,’ stelt Kolstein nuchter vast.

Lees verder>>

Rendabele zonnecellen maken met dunne-film techniek

Winter 2009-2010: voor het eerst in jaren sneeuwt het flink in Nederland. We praten over superrendabele zonnecellen met Gertjan Bögels en John Schermer van de Radboud Universiteit Nijmegen, terwijl buiten de universiteitsgebouwen in rap tempo wit worden. ‘Onze cellen liggen niet op daken, dus van die sneeuw hebben ze geen last,’ zegt Gertjan Bögels, business developer.
We hebben het dus niet over “gewone” zonnecellen die op huizen geplaatst worden, maar over superlichte cellen met hoge opbrengst. De techniek voor het maken daarvan is door de groep van John Schermer ontwikkeld op een STW-project, en hij gaat de cellen samen met het Britse bedrijf Circadian Solar maken. Hij merkt op, terwijl het buiten steeds harder gaat sneeuwen: ‘Bij zulk gedempt licht als vandaag hebben de meeste zonnecellen trouwens nauwelijks enige opbrengst.’

Lees verder >>

De open zonnetelescoop, een innovatie die navolging krijgt?

Dat is voor dr.ir. Rob Hammerschlag geen vraag. Hij zette op La Palma de Dutch Open Telescope (DOT) neer; een zonnetelescoop rustend op een stalen open toren van 15 meter hoog. De wind die door de open constructie waait, verwaait de hete opstijgende lucht die anders de waarneming verstoort en zorgt voor ongekend scherpe beelden van de zon. We bezoeken Hammerschlag en opvolger Felix Bettonvil bij de Universiteit Utrecht, waar hij jarenlang in de kleine uurtjes, als de werkplaats vrij was, zijn geesteskind vervolmaakte. Hammerschlag: ‘Het is bekend dat innovatie alleen lukt via kronkelweggetjes.’
Wegens een verhuizing bivakkeren de astronomen in een voormalige informatica-collegezaal. Aan de muur een groen schoolbord, lichtbakken boven lege tafels, een rijtje ordners in een metalen kastje tegen de verwarming, we zitten een beetje verloren in de ruimte. Bettonvil met een armzwaai: ‘Je mag één bureau en één kastje met je belangrijkste spullen meenemen. Ik vind het wel wat hebben, zo’n studentikoze omgeving.’

Lees verder >>

Snelle camera imaging: Dit is geen succesverhaal

‘… als je naar het doel kijkt van ons eerste projectvoorstel.’ Dr.ir. Wiendelt Steenbergen glimlacht. We zitten op zijn moderne, lichte kamer in gebouw de Zuidhorst van de Universiteit Twente. De deur blijft open, mensen lopen langs, er is geluid in de gang maar hij raakt niet afgeleid. ‘In dat eerste voorstel wilden we in 1997 met een chip op de huid de gezondheid van het vaatbed, dat zijn de kleine onderliggende bloedvaatjes in de huid van 0.2 mm en kleiner, meten. Dat lukte niet. Toen vroeg de Assistent in Opleiding Sasha Serov of hij iets anders mocht proberen. Hij wilde de huid gaan scannen met snelle camera’s. Daarmee hadden we het juiste spoor te pakken. En dat alleen door de onderzoeker wat meer vrijheid te geven.’

Lees verder >>

Medimate: Mijn eigen Senseo

We bezoeken Medimate, een bedrijf voortgekomen uit STW-onderzoek dat in 2008 ook een Valorisation Grant fase 2 van 200.000 euro ontving. Op de 9e verdieping van universiteitsgebouw Hogekamp bij Universiteit Twente betreden we een ruimte die zich het best laat omschrijven als een combinatie van kantoor en fabriek.
CEO Huub Maas ontvangt in het kantoorgedeelte aan een langwerpige tafel. Als beginnend bedrijf zou je Medimate eerder in het Business & Science Park verwachten dan in het universiteitsgebouw, toch? ‘Dat dacht ik eerst ook,’ zegt Huub, en loopt naar de linkerkant van de kamer. Een halve verdieping lager is het fabrieksgedeelte van het bedrijfje met heen en weer lopende mensen waar producten worden gemaakt. Hij wijst naar de werkvloer: ‘Maar daar beneden gebeurt het allemaal. We zitten hier tussen de universiteit en het bedrijfsleven in, precies goed.’

Lees verder >>

Reuma-test toont reuma in vroeg stadium aan

Waarom krijgt de ene mens reuma en de andere niet? Dat was in 1990 de hamvraag voor biochemicus prof.dr. Walther van Venrooij. Niet alleen voor hem. Over de hele wereld werd naarstig gezocht naar een manier om reuma (de officiële naam is reumatoïde artritis) in een vroeg stadium van de ziekte te herkennen, zodat de onomkeerbare gewrichtsbeschadigingen die mensen oplopen als de reuma te laat wordt geconstateerd, kunnen worden voorkomen. Van Venrooij en zijn onderzoeksteam van de faculteit Natuurwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen leverden een belangrijke bijdrage aan die zoektocht. Zij zijn de uitvinder van de CCP2 reuma-test, waarmee reuma snel en vroegtijdig kan worden vastgesteld.

Lees verder >>

Jos de Koning: ‘Het moet mogelijk zijn om harder te rijden op die schaatsen!’

Een scharnierende schaats om sneller te kunnen rijden, dat was het idee. Gerrit Jan van Ingen Schenau, bewegingswetenschapper aan de Vrije Universiteit Amsterdam, bedacht het en maakte samen met instrumentmakers van de universiteit het allereerste model. Dat deden ze door simpelweg de pootjes van een schaats los te zagen van het ijzer en in het voorste pootje een scharnier te bouwen. We praten met van Ingen Schenau’s collega Jos de Koning over het STW-onderzoek, waarmee de werking van de klapschaats wetenschappelijk werd onderbouwd.

Lees verder >>

Precisiesysteem verdelgt aardappelplanten in bietenveld

Een winderige dag in juni 2009. Op een weggetje tussen bietenvelden bij Wageningen staan ongeveer twintig onderzoekers, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en geïnteresseerden naast een tractor. Die gaat een apparaat demonstreren dat opkomende aardappelplanten in een bietenveld verwijdert. Op de uitnodiging staat: ‘Denkt u eraan geschikt schoeisel mee te nemen?’ Een velddemonstratie is het dus, maar gelukkig een droge dag zodat de laarzen in de kofferbak kunnen blijven.

Lees verder >>

Meer voor minder: Duurzame, op MEMS gebaseerde dataopslag

Terwijl Mohammed Khatib’s laptop start, laat hij zijn meetopstelling zien. In zijn kamer op de 6e verdieping op het terrein van Universiteit Twente staat centraal op een L-vormig bureau een Personal Digital Assistant. Onder het bureau huist een gewone computer waarvan de signalen op een flatscreen te zien zijn. Achter dat flatscreen staat de laptop, inmiddels gestart. Mohammed: ‘De laptop is met alles verbonden, hij is het hart van de opstelling. Ik maak met de PDA en de computer steeds nieuwe combinaties van Flash- en Memgeheugens, voer die in en de laptop combineert de gegevens. Kijk’, hij klikt, ‘één van mijn experimenten.’ De laptop laat een grafiek zien met curve die in de diepte verdwijnt. ‘Dit experiment crashte dus.’

Lees verder >>

PARSAX-radar bekijkt ontstaan en levensduur van waterdruppels in wolken

Geroezemoes in de foyer van het EWI-gebouw bij de Technische Universiteit Delft. Ongeveer vijftig belangstellenden zijn gekomen naar de inauguratie van de PARSAX-radar; hapjes en drankjes worden geproefd terwijl prof. dr. ir. L.P. Ligthart begint aan de openingsspeech. Vandaag, 29 oktober 2009, neemt het International Research Centre for Telecommunications and Radar (IRCTR) deze radar in gebruik. Elektronisch ontwerper Fred van der Zwan zit vanaf het begin bij het door STW gefinancierde project en verzorgt voor deze dag de publiciteit.

Lees verder >>

De werking van stemplooien beter bekijken met videokymografie

‘Een spiegeltje. Dat was heel lang de techniek om de stemplooien in het strottenhoofd, of stembanden zoals iedereen ze noemt, te onderzoeken. Pas midden jaren tachtig van de vorige eeuw kwam de endoscoopcamera om foto’s te maken. Dat soort camera’s verkopen we, en natuurlijk onze videokymografiecamera.’ Aan het woord is prof.dr. Harm Schutte. Hij is de grondlegger van de videokymografie, een techniek waarmee stemplooitrillingen die onregelmatig verlopen en gepaard gaan met een afwijkend stemgeluid, in beeld worden gebracht om stemproblemen te analyseren. De techniek komt voort uit onderzoek dat Schutte deed op een STW-project.

Lees verder >>

De opmars van een kunststof meniscus

De kamer van prof.dr. Pieter Buma is aan de achterkant van het immense UMC St.Radboud, afdeling Orthopedie, in een soort semi-permanent noodgebouw. Binnen wordt alle beschikbare tafelruimte in beslag genomen door papier. Hij schuift alles op een hoop: ‘Ik had nu tijd om wat dingen door te lezen, maar voor je het weet heb je zoveel papers en abstracts liggen dat je er niet meer doorheen komt.’ We praten over zijn onderzoek in een STW-project naar een kunststof meniscus, dat niet alleen veel nieuwe inzichten opleverde met betrekking tot gehele en gedeeltelijke meniscusvervanging, maar ook tot een nieuw bedrijf Orteq leidde en een potentieel succesvol product, de implanteerbare kunststof meniscus Actifit.

Lees verder >>

Bodemgezondheid meten aan de hand van nematoden (aaltjes)

‘We hebben eerst de hooiberg gekarakteriseerd en daar vervolgens een speld aan toegevoegd’, lacht Wageningse onderzoeker Hans Helder. We praten met hem over het nematodenproject. Helder vertelt over zijn fascinatie voor plantenparasieten, in het bijzonder de nematoden. ‘Dat zijn aaltjes van 0,3 mm lang die ergens zich vanaf zo’n 400 miljoen jaar gelden (Devoon) zo wisten aan te passen dat ze plantenparasieten werden.’

Lees verder >>

Ephicas’ Sidewing: ‘Een soort IKEA-systeem om vrachtwagens te stroomlijnen’

Het Delftse Yes-gebouw heeft een plezierig industriële no-nonsense uitstraling. Goed gekozen dus van de Technische Universiteit Delft om daar technostartende bedrijfjes in te zetten. Dat vindt Hessel Jongebreur van Ephicas ook. ‘Het gebouw zit alleen nu vol. We zijn daarom blij dat er een betere en grotere locatie komt: we verhuizen naar een nieuw gebouw aan de snelweg. Daar kunnen we weer onze testvrachtwagens zien rijden.’ In zijn kantoor staat een rijtje van die vrachtwagens op speelgoedautoschaal voor het raam.

Lees verder >>

Terug naar boven